[Column] Herman Spinhof: ‘Recht om vergeten te worden’ op gespannen voet met persvrijheid
06-06-2016 15:12:00 | Hits: 4955 | columnist: Herman Spinhof | Tags:

Onlangs oordeelde de rechtbank in Rotterdam dat internetlinks die leiden naar artikelen over een man die in de Verenigde Staten was veroordeeld wegens verboden wapenbezit, door Google verwijderd moeten worden. Google vond die informatie van algemeen belang, omdat de man op een advocatenkantoor in Rotterdam werkzaam is en dus een rol in het openbare leven speelt. De rechtbank in Rotterdam vond echter de veroordeling in VS niet in relatie staan tot het werk van de betrokkene. De Rechtbank nam in haar besluit in overweging dat in het bronartikel - waarnaar een link in de zoekresultaten van Google verwees - de naam genoemd wordt van de man met een foto en de opgelegde veroordeling door de rechter in de VS. De Rechtbank achtte dat in strijd met de privacywet in Nederland. Bovendien had de betrokkene de taakstraf erop zitten en mogen veroordeelden volgens de geldende wet na verloop van tijd met ‘een schone lei beginnen’.

Hoe ver reikt het recht van individuen om verwijzingen op internet naar rechtmatige artikelen in krantenartikelen te laten verwijderen? En hoe verhoudt zich het verwijderen van links naar rechtmatige artikelen (het gaat hier niet om laster maar om feitelijk onomstreden artikelen) tot de vrijheid van meningsuiting en daarmee het zuiveren van de (persoonlijke) geschiedenis van een individu?

In mei 2014 deed het Europees Hof van Justitie een opmerkelijke uitspraak over het opslaan van resultaten in de archieven van zoekmachines. In de zaak van de Spaanse ondernemer Mario Costeja González bepaalde het Hof dat zoekmachineresultaten die niet meer relevant zijn of zelfs schadelijk zijn voor de betreffende persoon in sommige gevallen op hun verzoek verwijderd moeten worden. Een verzoek tot verwijdering moet je, aldus het Hof, indienen bij de zoekmachine. Bij Google is sindsdien wereldwijd bijna een half miljoen verwijderingsverzoeken binnengekomen, waarvan 40 procent is toegekend.

Even terug naar waar het Hof een uitspraak over gedaan heeft. 18 jaar geleden ging de zaak van Mario Costeja González failliet. Een krantenartikel over dat faillissement dook steeds op als je op de volledige naam van González op internet zocht. Dat deed hem, zei hij, veel schade bij het opzetten van een nieuw bedrijf. Bij de Spaanse rechtbank vond hij geen gehoor, maar hij procedeerde door tot en met het Europees Hof en kreeg daar gelijk.

Op grond van de uitspraak van het Europees Hof hebben Europese toezichthouders richtlijnen opgesteld voor het in behandeling nemen van verwijderingsverzoeken. Juridisch gezien worden zoekmachines volgens die richtlijnen gezien als een apart product dat nieuwe informatie creëert en daarbij privégegevens verwerkt.

In de bepaling van het Hof gaat het om het volgende: "...dat de resultatenlijst die wordt weergegeven nadat op de naam van de betrokkene is gezocht, koppelingen zijn opgenomen naar rechtmatig door derden gepubliceerde webpagina’s die correcte informatie over de betrokkene bevatten, en deze opneming thans onverenigbaar is met artikel 6, lid 1, sub c tot en met e, omdat deze informatie, gelet op het geheel van de omstandigheden van het onderhavige geval, ontoereikend, niet of niet meer ter zaken dienend of bovenmatig is ten aanzien van het doel van de betrokken verwerking door de exploitant van de zoekmachine, moeten deze informatie en koppelingen van de resultatenlijst worden gewist." (r.o. 94)

Een uitzondering wordt gemaakt voor personen die een rol spelen in het openbare leven: "Dit zal echter niet het geval zijn indien de inmenging in de grondrechten van de betrokkene wegen bijzondere redenen, zoals de rol die deze persoon in het openbare leven speelt, wordt gerechtvaardigd door het overwegende belang dat het publiek erbij heeft om, door deze opneming, toegang tot de betrokken informatie te krijgen." (r.o. 97)

In Nederland heeft deze uitspraak en de Europese richtlijnen geleid tot ruim vijftienduizend verzoeken tot verwijdering. In 42 procent van de gevallen is daaraan door Google gehoor gegeven, zonder tussenkomst van een rechter. Maar, zo kan je je afvragen, is een zoekmachine-exploitant wel de meest geschikte partij om de rechten af te wegen? Mr. Stefan Kulk (Universiteit Utrecht) en Mr. Frederik Zuiderveen Borgesius (UvA) bekritiseren die nieuw toebedeelde rol uitvoerig in het artikel: De implicaties van het Google Spain-arrest voor de vrijheid van meningsuiting (2015).

Een eerder Nederlands voorbeeld. Uitspraak van een rechter in september 2014. De eiser in de zaak is bekend uit het programma ‘Misdaadverslaggever’ van Peter R. de Vries. Daarin zijn camerabeelden getoond waarin eiser met een (vermeende) huurmoordenaar bespreekt hoe deze een concurrent van eiser het beste kan laten liquideren. Later is eiser op basis hiervan tot zes jaar gevangenisstraf veroordeeld voor poging tot uitlokking van huurmoord. Onder verwijzing naar de González-uitspraak oordeelde de rechtbank dat de veroordeling voor een ernstig misdrijf en de negatieve publiciteit als gevolg daarvan in het algemeen “blijvend relevante informatie” is over een persoon. De negatieve kwalificaties die daarbij voorkomen zullen slechts in zeer uitzonderlijke gevallen ‘buitensporig’ of ‘onnodig diffamerend zijn’. Op basis daarvan is de eis van de man, ook in hoger beroep bij Het Hof in 2015, afgewezen.

Pijnlijke privékwesties uit het verleden zoals een meisje dat op 16-jarige leeftijd van huis is weggelopen, worden op verzoek door Google in overleg met de bron zonder rechterlijke tussenkomst gewist als het bericht nu niet meer ‘ter zake dienend’ is en schadelijk kan zijn voor de persoon nu (10 jaar na dato), ook al was het bericht destijds rechtmatig.

Met de uitspraak van de rechtbank in Rotterdam lijkt het vaak ten onrechte genoemde ‘recht om vergeten te worden’, het González-arrest, te zijn verruimd ten koste van de vrijheid van meningsuiting. Het arrest reikt echter niet zo ver dat het oorspronkelijke rechtmatige artikel van internet gewist moet worden en kan je het met gericht zoeken nog gewoon vinden op de internetsite van de betreffende oorspronkelijke bron. De internetsite van de oorspronkelijke bron (krant, tv, radio) wordt juridisch als een onderdeel van het archief gezien. En in kranten- en omroeparchieven wordt niet geschrapt, alleen in dictaturen.

Tot slot enkele vuistregels die advocaat Wouter Dammers van Lawfox in dit artikel heeft opgesteld om voldoende kans van slagen te maken voor een verzoek.

Herman Spinhof is socioloog en zelfstandig journalist
www.twitter.com/hermanspinhof

 

Lees van Herman ook:

03-05-2016 | [Column] Herman Spinhof: Internationale dag van de persvrijheid
05-04-2016 | 
[Column] Herman Spinhof: Nieuwe tools van Google News Lab
01-03-2016 | [Column] Herman Spinhof: Betrouwbaarheid
01-02-2016 | [Column] Herman Spinhof: Fotografie is magic

 

Volg het Nederlands MediaNetwerk op Twitter

Word lid van de Nederlands MediaNieuws Groep op LinkedIn

Vacatures in media- en marketingcommunicatie