Andrew Groeneveld: Zin in een lijk?
15-01-2015 09:30:00 | Hits: 4934 | columnist: Andrew Groeneveld | Tags:

Let op. Dit wordt een behoorlijk onsmakelijk verhaal over lijken. Dode mensen dus. Niet iets voor bij de middagboterham. Mijn advies voor iedereen met een zwakke maag: negeer deze column!

Door dit soort zinnen begin ik zelf meestal onmiddellijk verder te lezen. Ik heb weinig aansporing nodig en zet mijn rimpelloze bestaan graag opzij voor iets sensationeels, bij voorkeur van het bloederige soort.

Want zo gaat dat vaak met lijken. En met de verhalen over hoe een lijk een lijk geworden is. Bijvoorbeeld door geweld, het onbegrijpelijke en ontwrichtende dat voor de meeste mensen onweerstaanbaar is.

Hoe gewelddadiger, hoe nieuwsgieriger we worden. Lijken door machines, die niet doen wat ze zouden moeten doen. Of door onverdraagzaamheid van de ene mens versus de andere; we willen graag alles weten.

En daarom een stukkie over doden. Dat doet het bij de massa beter dan doorwrochte analyses van het belastingstelsel. Geweld is een magneet. Een oude indianentruc voor wie om aandacht verlegen zit.

Terroristen kennen deze truc ook. Ze kopen een blaffer, lopen een willekeurige supermarkt binnen, en hop: de wereldpers ligt aan hun voeten. Iedereen kijkt en hangt ze aan de lip. Als ze dan ook nog wat onhandig geformuleerde marketingtaal over IS of Al-Qaeda kunnen uitslaan, zitten ze geramd.

In tijden van crises moeten journalisten het hoofd koel houden. En op de rem trappen wanneer ze op sensationeel nieuws stuiten. Dat is veel gevraagd, zeker als directeuren maandelijks aan je bureau staan te mopperen over dalende kijkcijfers en oplages, en je dondersgoed weet hoe je in één klap de tongen kunt losmaken.

Dat is het probleem. Je mag tegenwoordig de ‘eer’ niet aan de concurrent laten omdat je een moment wilt nadenken over de vraag of je jouw publiek met schokkende beelden een plezier doet, en of ze relevant zijn. En dus krijgt vrijwel ieder spectaculair internetfilmpje met het trefwoord IS vroeg of laat aandacht. Misschien niet altijd 1 op 1, maar in elk geval met een plaatje of een stukje tekst.

En dus droom ik tegenwoordig van geknielde mannen in oranje hemden, die weldra onthoofd gaan worden. En van agenten, die weerloos hun ondergang tegemoet gaan. Was het tonen van die beelden nodig en relevant? Werd ik er wijzer van? En moet het nou iedere keer werkelijk zo verdomd makkelijk worden gemaakt voor verwarde heethoofden om gratis en voor niks een bloederige boodschap over de wereld uit te storten?

De BBC doet het vaak anders. Die laat bijvoorbeeld in geval van onthoofding een archieffoto van het slachtoffer zien en meldt er droogjes bij hoe die aan zijn einde gekomen is. Niet spectaculair, wel duidelijk. Zo kan het dus ook.

Het is een terugkerend dilemma. Vooral wanneer het nieuws breekt en zich volop ontwikkelt. Dan liggen onnadenkendheden op de loer. Terreurdaden en vliegtuigongelukken zorgen mede daarom voor de grootste ongelukken in de media. Zo haalde de executie van de agent op een stoep in Parijs het tv-nieuws; soms – maar soms ook niet – in verknipte vorm. In de adrenalinevolle cocktail van opwinding en enorme chaos werd het gruwelijke fragment uitzendwaardig verklaard.

Het tonen van gruwelijk nieuws blijft een kwestie van afwegen. Journalistiek instinct, ethiek, gezond verstand, en tijd voor reflectie. Maar tijd is er niet meer. Bovendien zijn het allemaal rekbare en multi-interpretabele begrippen. Met dito uitkomsten. Zag ik bij MH17 (goddank) geen enkel verkoold lichaam smeulen, een paar maanden later dreven op tv de passagiers van Air Asia voorbij.

Wanneer we geweldsslachtoffers laten zien is volgens sommigen een kwestie van wiskunde. Veel redacties maken instinctief een bizarre rekensom: het aantal doden maal het aantal kilometers, enz. Vandaar dat de 17 doden door de terreurdaden in Frankrijk vrijwel het complete journaal vulden, terwijl de 2000 Nigeriaanse doden van Boko Haram het met een nieuwsflits moesten doen. Er kwam op de bewuste dag niet eens een Afrika-correspondent aan de telefoon om te duiden wat daar in vredesnaam allemaal aan de hand was.

Op de kilometertheorie valt wat af te dingen. Zo las ik flink wat jaren geleden een krant in Indonesië, waar ze doorgaans niet te klagen hebben een gebrek aan rampen. Er is daar altijd wel een veerboot aan het zinken. Tot mijn verbazing nam het kapseizen van The Herald of Free Enterprise destijds de volledige voorpagina in beslag. Een redacteur vertelde me dat het hier om groter nieuws ging dan het zinken van een eigen veerboot. In Indonesië gaat men er nou eenmaal vanuit dat wij dat soort zaken beter geregeld hebben. Kilometers deden er niet toe, het ging om de uitzondering op het gewone.

Afijn, er is voor alles veel te zeggen. Mijn punt is dat ik eigenlijk niet altijd op de voorste rij hoef te zitten. En dat ik zeker terroristen geen handje wil helpen in de strijd om aandacht. Want dat doe ik wanneer ik opgewonden meekijk met een gijzeling en er op die manier (voor terroristen) feitelijk onderdeel van word.

Doorgeredeneerd betekent dit dat we geen live verslag meer moeten doen van dergelijke gebeurtenissen. En dat we zeker niet moeten gaan bellen met de vlegel in een supermarkt om te horen wat zijn beweegredenen zijn.

In de huidige tijden is dat natuurlijk volstrekt ondenkbaar. De media vliegen er iedere keer bovenop en doen hun werk in een reflex. En zo leggen - naast de betreurde slachtoffers - nuance en het gezonde verstand menigmaal het loodje.

U zit erbij en kijkt mee. Ik zeg: niet meer doen zo. Het is ook heus goed als iemand ons voortaan achteraf eens rustig bijpraat.

 

Andrew Groeneveld is schrijver en bedrijfsjournalist.

 

 Volg het Nederlands MediaNetwerk op Twitter

 Word lid van de Nederlands MediaNetwerk Groep op LinkedIn

 Vacatures in media en marketingcommunicatie