Jon Visbeen: Nederlandse clubs gedoemd tot bijrol in Champions League
31-10-2014 08:35:00 | Hits: 3163 | columnist: Jon Visbeen | Tags:

Met enige weemoed moet ik terugdenken aan de gouden tijden van het Nederlandse clubvoetbal. De Champions League heette toen nog Europa Cup I en de namen van Feyenoord en Ajax werden ook in het buitenland met stijgend ontzag uitgesproken. Dat is inmiddels ruim veertig jaar geleden en op een enkele oprisping na (Ajax, PSV) zijn die gloriedagen nooit meer teruggekeerd. Loot je nu n’importe welke Nederlandse club ook dan wrijf je je als tegenstander in de handen.

Triest om te constateren, maar realistisch is het wel. Het geldt overigens niet alleen voor de topclubs uit ons land, maar net zo goed voor bijvoorbeeld België, Denemarken, Tsjechië, Zweden, Noorwegen of Polen. Landen die als voetbalnatie bij EK’s en WK’s toch best van zich hebben doen spreken, maar waarvan de clubs zich moeten neerleggen bij een bijrol op Champions League-niveau.

De oorzaak is even bitter als logisch. De clubs die door oliesjeiks of andere miljardairs worden ondersteund, spelen de eerste viool, hoe vals die soms ook klinkt. Clubs als Real Madrid, Barcelona en Manchester United hebben de beschikking over budgetten, die bij wijze van spreken per stuk even groot zijn als de begrotingen van alle eredivisieclubs bij elkaar. De verhoudingen zijn behoorlijk scheef gegroeid met alle consequenties van dien.

Tegenwoordig is de Nederlandse voetbalfan al blij wanneer zo’n Europese topclub de beschikking heeft over een Nederlandse speler. Daar wordt reikhalzend naar uitgekeken, omdat de eigen favoriete club internationaal gezien toch niet verder reikt dan de grauwe middenmoot van goedwillende, met broekies spelende, ploegen. Is daar nu niets aan te doen? Kan de UEFA het transferbeleid niet anders structureren? Moeten de exorbitante salarissen voor spelers niet aan banden worden gelegd?

Nu is het zo dat jeugdige talenten op zeer jonge leeftijd worden gescout, waarna zij worden vastgelegd voor langere tijd. Komt het talent tot volle ontplooiing dan is de investering niet voor niets geweest; faalt het jammerlijk dan wordt diezelfde investering net zo makkelijk afgeschreven. Geld speelt geen rol. De ontwikkeling van iets oudere talenten bij minder draagkrachtige clubs wordt niet eens meer afgewacht. Het is ‘hup, kopen die handel’ en of-ie slaagt, zien we dan wel weer.

Sommige spelers (Sneijder, Strootman, Van Persie, Vlaar, Blind) gedijen bij hun nieuwe club; veel anderen hebben gehapt in de aanlokkelijke worst die ze werd voorgehouden, maar zitten sportief gezien op een dood spoor. Zonde van al het talent dat zich bij de miljoenenclubs op de reservebank zit te verbijten, wedstrijd na wedstrijd. Maar geef die voetballers eens ongelijk, want zij moeten in een beperkte periode van maximaal vijftien jaar hun centen bij elkaar harken. Aan de andere kant is het de doodsteek voor een internationale competitie als de Champions League. Als alle topspelers kunnen worden verzameld door pakweg vier tot zes clubs dan staat ook bijna bij voorbaat vast wie een dergelijke competitie gaat winnen. De rest doet voor spek en bonen mee, hoewel deelname aan dit lucratieve toernooi hoe dan ook geld in het laatje brengt. Maar in relatie tot de torenhoge transfersommen is dat peanuts.

Op deze manier is de Champions League geen afspiegeling van de Europese competities, maar een op zichzelf staand fenomeen aan het worden. Waarbij de rijkste clubs onderling uitmaken wie de trofee gaat veroveren. De tijden van weleer zie ik dan ook niet een, twee, drie terugkeren of de UEFA moet een lumineus plan uit de hoge hoed toveren, waarbij bijvoorbeeld grenzen worden gesteld aan de bedragen die een club voor spelers mag uitgeven. Tot die tijd is het mijmeren over de gouden tijden die ver achter ons liggen.