Onno Aerden: Het verhaal achter ‘plompverloren’
03-11-2014 10:00:00 | Hits: 5608 | columnist: Onno Aerden | Tags:

Ik was de man die het woord ‘plompverloren’ terug bracht in de Nederlandse taal.

Als ‘moderne communicatieprofessional’ schrijf ik niet alleen voor het FD en uitgeverij Better Life Publishers maar adviseer ook bedrijven en overheden op het gebied van strategische communicatie. Momenteel doe ik dat in Hilversum, voor het college van B&W.

De burgemeester die ik daar mag dienen, voormalige Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes, maakt er een gewoonte van om stellingen te betrekken in lopende debatten. Hij kan dat ook goed als pater familias van het gemeentebestuur, hij is immers niet aan politieke dagkoersen gebonden. Broertjes is zelden zuinig bij het beargumenteren van die stellingen.

Zo lichtte hij op 23 oktober voor de microfoon van Radio 1 de onwenselijkheid toe van het idee dat burgemeesters bevoegdheid zouden moeten worden om paspoorten eigener beweging in te kunnen nemen.

Die bevoegdheid moeten burgemeesters niet willen hebben, betoogde Broertjes: het dient iedereen vrij te staan om uit te reizen, wat het doel ook is. Dus ook de families, die ‘Jihad-gemeente’ Hilversum (dat is een officiële beleidsterm) verruilen voor Syrië en uiteindelijk het ISIS-Kalifaat - zolang er tenminste geen strafbare feiten bekend zijn, die veranderen de zaak.

De argumentatie kwam in de vorm van een vergelijking.

Er was, stelde Broertjes, Nederlanders die na de Tweede Wereldoorlog in Palestina gingen strijden tégen de Engelsen en vóór de staat Israël toch ook geen strobreed in de weg gelegd?

Ik zat in een Amsterdamse koffiebar aan een tafel achter cappuccino en laptop - standaard open op Tweetdeck - te werken, toen ik op Twitter de eerste reactie langs zag komen op de uitzending, zeg een minuut of twee na de uitspraak. De uitzending zelf had ik niet gehoord - ik wist zelfs niet dat Broertjes op de radio kwam, hij was die ochtend gebeld of hij meteen iets wilde zeggen.

De tweet echter deed bij mij alle alarmbellen afgaan: “Broertjes vergelijkt Joden met ISIS-strijders.”

IJsberend tussen de drukke tafeltjes belde ik allereerst met de burgervader, daarna stroomden de telefoontjes binnen. De Telegraaf had de uitspraak binnen een kwartier online staan - als opening van de site. Mét audiofragment - overigens alleen het fragment met de inmiddels ‘gewraakte’ vergelijking, niet het stuk daaraan voorafgaand, waarin Broertjes zijn stelling poneert; het stuk waar het om ging. Ik speelde het fragment zachtjes af in de koffiezaak. Wat gek, ik hoorde Broertjes niet over joden praten, maar over Nederlanders.

Maar daar ging het niet meer over, daar ging mijn mobiel alweer.

Geenstijl publiceerde een stukje met de kop: “Pieter Broertjes: ISIS-krijgers zijn net als joden.” Onwaarachtig, maar dat telt niet. Het kwaad was geschied en dan is het pompen of verzuipen.

Ik koos dus voor pompen. Met Broertjes besprak ik het maken van excuses - het gaat immers helemaal niet om die vergelijking: niemand betwistte de stelling, daarmee zat hij goed. Daar ging de burgervader over nadenken. Maar ik kon niet wachten, het CIDI had zich ook al geroerd, directeur Esther Voet eiste op Twitter excuses en kondigde een Radio 1-optreden aan om Broertjes eens flink de les te lezen. En er was natuurlijk een eerdere kwestie: Broertjes had na de aanslag op de MH17 gesuggereerd dat de dochter van Poetin het land uitgezet zou kunnen worden, ook al bij Radio 1. Dat had geleid tot een relletje en excuses. De gemeenteraad zou kunnen gaan morren.

‘En nu dit weer’, dat was de teneur van de bellers, hun artikelen op de nieuwssites en de tientallen tweets.

Tegen nieuwsagentschap Novum vertelde ik dus maar alvast dat de uitspraak van Broertjes nogal ongelukkig was.

Ongelukkig? wilde de journalist weten. Ja. Nou ja - ik zocht naar een steviger woord: Plompverloren, dat was het. Dat was het. Plompverloren - het klinkt bot en onhandig, maar ook onaangekondigd: als of je wordt overvallen door je eigen uitspraak.

Een half uur later zag ik tot mijn verbazing het woord - dat in het Novumstuk was meegegaan - overal opduiken. Op vrijwel alle sites van kranten, maar vooral ook - tot mijn verrassing, op Geenstijl, dat er een apart stukje aan wijdde. Met een oproep om op social media het woord op allerlei minder handige - nou ja, onhandige - uitspraken te plakken. Al snel stonden er 145 reacties onder. #plompverloren dook dus binnen een paar minuten overal op - het werd een trending woord, in allerlei soms heel geestige verbanden; Twitter op zijn best.

Ik gebruikte het woord dus ook nog maar een paar keer bij andere gesprekken, een schuin oog op de twitter-stream.

Liever een discussie over plompverloren, dan over de boude argumentatie van een zeer goed verdedigbare stelling.

Die middag nog maakte Pieter zijn excuses aan mensen die aanstoot aan de vergelijking hadden genomen, ook weer op Radio 1. En die avond werd hem - na een kranslegging voor Hilversumse dwangarbeiders in de Tweede Wereldoorlog - door Pownews gevraagd wat hij er van vond.

Van wat?

Van het woord.

Plompverloren.

Stoer woord, zei hij.

Een dag later, excuses door raad en CIDI aanvaard, zong ‘plompverloren’ nog vrolijk rond. Taalkundigen roemden de terugkeer van het verloren woord in de Nederlandse taal, het werd zelfs woord van de dag

Maar toen waren we allemaal alweer #verdermethilversum.

 

Onno Aerden

www.inhoudelijkezaken.nl voor communicatie-advies en mediaproductie

www.betterlifepublishers.nl voor boeken die de wereld een beetje beter maken

Mediaproductie | Communicatieadvies | Mediamanagement

 

oaerden@gmail.com
www.twitter.com/onno_aerden

 

Onno schreef ook de boeken Succesvol samenwonenNeem op als je moeder belt en Altijd Buiten Eten - online te bestellen, mèt persoonlijke boodschap.

 

 

 Volg het Nederlands MediaNetwerk op Twitter

 Word lid van de Nederlands MediaNetwerk Groep op LinkedIn

 Vacatures in media- en marketingcommunicatie