Hans Laroes - Journalistiek en de ramp: wat zou je willen als het om jou ging?
27-08-2014 14:39:00 | Hits: 4388 | columnist: Hans Laroes | Tags:

‘Het kan nog erger. Er zijn ‘journalisten’ die nabestaanden bellen, doen alsof ze van Malaysia Airlines zijn om zo info los te krijgen. #MH17’

Ik lees het op Twitter. @EllenNGNG, die een door de vliegramp van vorige week getroffen familie helpt, stelt het aan de orde. Ze oogst verontwaardigde reacties, vanzelfsprekend.
Er is vaker en meer verontwaardiging, en soms bieden individuele journalisten of redacties hun excuses aan, bijvoorbeeld nadat men via Twitter de weinig gevoelvolle vraag stelde: ‘Kent u iemand die aan boord zat van MH-017, het neergestorte vliegtuig’ (EenVandaag).

Twitter is heftig, hard en veroordelend, zeker op dit soort momenten. Bij een ramp als deze zijn er honderden slachtoffers, duizenden nabestaanden in familie-, werk- en vriendenkring, en een heel land dat zich getroffen weet door een gebeurtenis die te bizar en wreed is om voorstelbaar te zijn. Zo’n gebeurtenis stelt duidelijke eisen aan de journalistiek, aan journalisten, aan hun keuzes en gedrag.

Privacy is in het geding, en respect.

De laatste keer dat er zo’n heftige storm opstak was bij een andere vliegramp, die in Tripoli. Het ging vooral over Ruben, de enige overlevende. Ik werkte toen bij NOS-Nieuws. Wij brachten beelden van hem op tv; de Telegraaf drong via de telefoon tot hem door en interviewde hem.
Er was veel opwinding en veel discussie. Ik heb toen, als hoofdredacteur van NOS- Nieuws, de Raad voor de Journalistiek gevraagd op eigen initiatief uitspraak te doen.

De Raad vond het gebruiken van het beeld “in dit geval (is) gerechtvaardigd door de uitzonderlijk grote nieuwswaarde en zeggingskracht van het beeld van de enige overlevende van de vliegramp bij Tripoli. Het beeld van de kleine jongen Ruben symboliseert niet alleen de uitzonderlijke tragedie, maar tegelijk de hoop van het overleven.’’
Ruben bellen, en dat telefoongesprek ook publiceren, vond de Raad ontoelaatbaar.
Er zijn meer opvattingen van de Raad over privacy bij rampen, en in alle gevallen gaan ze uit van grote terughoudendheid. Niet een absoluut verbod. Rampen brengen rauwe beelden met zich mee en die zijn, hoewel onaangenaam, soms noodzakelijk om te vertellen wat er aan de hand is.
De keuzes, de wijze waarop, daar gaat het om.

Ik heb grote waardering voor de verslaggevers, cameramensen en fotografen ter plekke. Zij behoren tot de eersten die zien wat er is gebeurd. Zij gaan, vaak met hulpverleners, een soort van hel in. Ze zien, ze voelen, ze ruiken, ze ervaren wat er net is gebeurd. Ze zien de slachtoffers en worden in een onwerkelijke situatie geacht met professionele distantie maar met empathie te tonen wat er is gebeurd. Ze weten dat hier, in Nederland, sommige mensen, familieleden, vrienden via hen voor het eerst horen hoe verschrikkelijk het nieuws zich ontwikkelt.

Het grote verschil met vroeger is dat journalisten bijna nooit meer de eersten zijn die met de verhalen komen en dat hun keuzes –vooral om dingen niet te vertellen en beelden niet te laten zien- hele andere keuzes zijn dan door anderen op internet worden gemaakt.
Kort na de ramp kwamen de eerste beelden van Nederlandse paspoorten binnen. Russen bladerden er doorheen, je zag foto’s en namen. Sommige van de beelden werden meteen door nieuws- en informatiesites, en individuele twitteraars, doorgetwitterd.
Ik zei er wat van, en kreeg onmiddellijk de wind van voren.
Toen ik later een opmerking maakte over ander beeld en een ongelukkige tweet van een verslaggever, kreeg ik te horen ‘generaal van een fatsoensleger’ te zijn.
Toen ik het over ethiek had zei een twitteraar dat-ie even zijn bril ging ophalen. Die was ‘in 1973 blijven liggen’.

De gedachte dat omdat nu eenmaal alles in de digitale wereld te vinden is, ook maar alles moet worden rondgestuurd en gedeeld, is mijns inziens een misverstand .

Ik kan niet verhinderen (en dat wil ik ook niet) dat mensen met andere normen beelden op Twitter plaatsen die ik nooit zou willen zien. Ik kan niet verhinderen dat mensen actief op zoek gaan naar dit soort informatie; dat is hun eigen keuze.

Ik vind alleen dat als het om journalisten gaat, zij ook in de digitale wereld normale afwegingen moeten maken, die voortkomen uit verstandige gedachten over privacy en respect. En dat ze zich afvragen wat het effect is van informatie en beeld op bijvoorbeeld nabestaanden.

(Ik vind overigens ook dat, nu iedere individuele twitteraar met een ruim bereik potentieel even machtig is als een journalist of een redactie, die twitteraar zelf zou moeten willen nadenken over het effect van wat hij of zij doet. Individuele twitter-ethiek, het zou mooi zijn. De Raad gaat daar overigens niet over, zeg ik maar voor de volledigheid.)

Voor het overige zouden journalistieke keuzes niet zo moeilijk hoeven te zijn.
Je moet, ook en juist als journalist, een heel simpele vraag aan jezelf stellen en beantwoorden:
Wat zou je willen dat een journalist zou doen als jijzelf slachtoffer zou zijn, of nabestaande?
Zou je willen dat je met een tweet zou worden benaderd? (een variant op de vraag, ooit in een Afrikaans land gesteld aan een groep vrouwen: ‘Anybody being raped and speaks English?')
Zou je willen dat een verslaggever in je spullen op de rampplek zou rommelen? Uit je dagboek zou voorlezen?
Zou je willen dat het paspoort van je geliefde werd getoond, een paar uur na de ramp?
Zou je willen dat een journalist met een camera voor je neus komt hangen als je net bij een rouwbijeenkomst bent geweest?
Zou je willen dat een journalist zich uitgeeft voor de vertegenwoordiger van een verzekeraar, om jou informatie af te troggelen?

Ik zei het al, het is zo simpel.
Binnen de grenzen van de ethiek van je professie opereren vergt niet per definitie langdurige studie, maar een heldere manier van denken.

Goeie journalistiek komt met de verhalen van ter plekke, de mogelijke oorzaken, het gedrag van rebellen, een beschrijving van de rampplek. Goeie journalistiek is in staat rauwe werkelijkheid te schetsen, zonder pijn toe te voegen aan de pijn die er al is.
Goeie journalistiek komt met mooie, soms ontroerende levensbeschrijvingen van de slachtoffers.

En soms gaat het mis. De Sky-verslaggever die live op tv even in baggage rommelde. De EenVandaag-verslaggever, die uit een ter plekke gevonden dagboek voorlas.
Die fouten zijn gecorrigeerd. In het geval van Sky onmiddellijk, terwijl de verslaggever in The Guardian ook nog een column schreef over hoe het ter plekke was, en hoe hij zijn fout maakte.
Dat helpt.
EenVandaag bood ook excuses aan. Iets minder helder in mijn ogen, en de verantwoordelijkheid neerleggend bij de verslaggever die ‘in the heat of the moment’ had gehandeld.

Het is ongemakkelijk dat Twitter op beide momenten ‘los ging’ op de journalisten, maar het is ook goed. Journalisten zijn niet onaantastbaar; ze moeten staan voor hun keuzes, en uitkomen voor hun fouten.

Want fouten worden er gemaakt, naast al die goeie verhalen (en dat zijn er echt veel meer). Maar focus op de fouten is ook goed; anders wordt het nooit beter.

Hans Laroes

PS Ik geef hier, in dit blog, mijn persoonlijke opvattingen. Het kan zijn dat er ooit een zaak, waarover ik het hier heb, bij de Raad komt, en de Raad kan in specifieke omstandigheden iets anders vinden dan ik. Dat moet dan zo zijn; tegenspraak brengt ons verder.

 

Hans Laroes is voorzitter Raad voor de Journalistiek

www.rvdj.nl

 

www.hanslaroes.nl

www.twitter.com/hanslaroes

 

 

Volg het Nederlands MediaNetwerk op Twitter

Word lid van de Nederlands MediaNetwerk Groep op LinkedIn

 Vacatures en stages in media en marketingcommunicatie