Monika Jak: Alsof je een emmer leeggooit
04-09-2014 09:51:00 | Hits: 2959 | columnist: Monika Jak | Tags:

De meest deprimerende horecatent van Nederland staat wat mij betreft bij de poliklinieken van het VU Medisch Centrum. In mijn rol van mantelzorger (en dochter) zat ik daar onlangs weer eens met mijn moeder die na het bloedprikken (waarvoor ze nuchter moest zijn) en voorafgaand aan de afspraak met de specialist wel trek had in een kopje koffie “met iets daarbij”. Dat werd een mistroostige croissant begeleidt door een cappuccino met zo’n vieze plak cacao erop. Toen het tijd werd om richting specialist te gaan, vroeg mijn moeder: “eet je dat niet op?” – wijzend op het minuscule koekje dat nog op het schoteltje van mijn cappuccino lag. “Nee, geen trek in”, zei ik. Ze keek me even met een verwarde blik aan en zei: “Ik kan daar nog altijd niet goed tegen. Eten laten liggen. En je betaalt er toch ook voor!”

Het is bij mijn moeder niet uit te roeien. Dat gevoel van verspilling wat dan bij haar opkomt. En dat is begrijpelijk. Ze heeft als elfjarig meisje, turend uit het raam van de boerderij van haar ouders in de polder boven Amsterdam, de treurige stoet van hongerige mensen voorbij zien komen. Karren waarop doden lagen voor wie deze tocht op zoek naar voedsel de laatste was. (Voor wie een beeld wil: tik maar eens ‘hongerwinter’ in op Google en bekijk de afbeeldingen.) Zuinig zijn. Altijd maar zuinig zijn. Nooit iets weggooien. Sokken werden gestopt, lakens werden versteld, te klein geworden kleertjes werden door de vaardige handen van de zusjes vermaakt tot iets wat weer draagbaar was. Eten weggooien was al helemaal ondenkbaar. Later, als ik met mijn moeder met kleding voor het nieuwe schooljaar thuiskwam, zei mijn vader, die ook aan den lijve had ondervonden wat schaarste is, steevast bij het horen van de prijs: “Toe maar. Alsof je een emmer leeggooit.”

Ik moest hieraan denken bij het zien van alle emmers die mensen nu over zichzelf leeggooien om geld op te halen voor de spierziekte ALS. En de daarop volgende discussies van voor- en tegenstanders. Iedereen die over elkaar heen rolt. Is het nu juist goed (want het genereert immers aandacht én geld) of fout (want het is verspilling, doneer nu maar gewoon)? Een vriendin wees mij nog op de betekenis van het ijswater: het simuleert eenzelfde soort pijn die mensen met deze vreselijke ziekte voelen.

Misschien moeten we inderdaad wel eerst ijswater op onze huid voelen, voordat we kunnen beseffen hoe gelukkig we zijn deze ziekte niet te hebben. Eerst gruwelijke beelden zien van onthoofdingen voordat je beseft wat democratie voor je leven doet. Eerst een dierbare moeten verliezen voordat je beseft dat je van elke dag die je gegeven is moet genieten. Eerst gepest moeten worden op school voordat je leert dat ieder mens anders is en mag zijn, inclusief jezelf.

Het verschil met vroeger is dat we nu alle ellende die onszelf en ook anderen overkomt met elkaar openlijk kunnen delen via sociale media. Elkaar letterlijk kunnen aansporen om het ook maar eens te gaan voelen, dat ijswater (die pijn). Of een like te geven op Facebook bij het zien van een foto van een kind in nood. De andere kant van het verhaal is dat dezelfde sociale media inmiddels een handig instrument zijn van terroristische groeperingen die het gebruiken om angst te verspreiden en daarmee ook politieke invloed te krijgen.

Oorlog, honger, terreur, genocide, stromen vluchtelingen, ziektes. Het lijkt nu erger dan ooit, maar is het niet. Volgens de laatste update van de Global Peace Index is deze eeuw de vreedzaamste ooit. Dat de wereld nu juist in brand lijkt te staan, is met name het gevolg van transparantie en de inzet van sociale media. YouTube is behalve een onuitputtelijke bron van schattige filmpjes met huisdieren in de hoofdrol, ook een oorlogskanaal geworden; een platform voor het uitventen van gruwelijkheden, voor het zaaien van angst en voor de recruitering van medestrijders.

We lijken pas echt in beweging te komen als het heel dichtbij komt. Als we het zelf aan den lijve ondervinden. Misschien moeten er inderdaad dus nog wel veel meer spreekwoordelijke ijsemmers over ons leeggekieperd worden voordat we het gaan snappen. Voordat we ernaar handelen. Maar misschien is nog wel belangrijker dat we gaan leren om ons écht te verplaatsen in de ander. Zonder ijsemmers. En zonder dat we ons afvragen of we wel leuk genoeg op het Facebook filmpje staan. Dat we echt een connectie aangaan. Off line. De eerstvolgende keer bij die vrolijke koffietent van de VU laat ik in elk geval mijn koekje niet meer staan.

 

Monika Jak is eigenaar/oprichter van De Fabriek Communicatie-werken en

grondlegger van Monikalogie

www.defabriek.nl

www.monikalogie.nl

 

 

 23 september: Elfde Nederlands MediaNetwerk Event

 Volg het Nederlands MediaNetwerk op Twitter

 Word lid van de Nederlands MediaNetwerk Groep op LinkedIn

 Vacatures in media- en marketingcommunicatie