[Column] San Fu Maltha: Hoe de PINDA* ontstond
23-09-2019 12:44:00 | Hits: 7804 | columnist: San Fu Maltha | Tags:

Daar was 'ie dan eindelijk op 19 september 2019: De PINDA*, een Indische glossy voor iedereen. En dat in de huidige tijd, waarin printmedia het erg moeilijk hebben. Een glossy op de markt brengen en dan ook nog eens Indisch? Je lijkt wel tolol (gek)!

Journalist Ricci Scheldwacht liep al jaren met het idee rond. Om het Nederlandse publiek eindelijk eens bekend te maken met Het Indische Verhaal. Want ondanks het feit dat er momenteel naar schatting ongeveer 2 miljoen mensen in Nederland leven die een band hebben met het voormalige Nederlands-Indië, is die groep eigenlijk onzichtbaar. Natuurlijk kennen we de rijsttafel, sambal, sateh, ketjap en nasi (goreng), maar de assimilatie van deze grootste groep naoorlogse nieuwkomers is zo voorbeeldig gegaan dat het een voorbeeld wordt genoemd van een geslaagde assimilatie.

De assimilatie is zelfs zo geslaagd dat het erfgoed van deze groep langzaam in de vergetelheid raakt. Waar bestaat die Nederlands-Indische gemeenschap dan uit? Indo’s (gemengd Europees en Indonesisch), totoks (volbloedige, ofwel blanken), Peranakan Chinezen (gemengd Chinees en Indonesisch), Molukkers, Papoea’s (uit Nieuw Guinea), Belanda Hitams (gemengd Afrikaanse KNIL-soldaten en Indonesisch) en de Toegoenezen (gemengd Portugese en Indonesisch). Sommigen daarvan zouden we moeten kennen, al komen enkelen daar niet altijd voor uit: Jesse Klaver, Geert Wilders, Mei Li Vos en Frits Bolkestein uit de diverse politieke partijen. Maar ook Tim Oliehoek, Sylvie Meis, Igone de Jongh, Frans Klein en Shelly Sterk.

Na Tante Lien en de succesvolle tv-serie De Stille Kracht is het al heel lang heel stil op de Nederlandse buis. Ook zijn er in totaal nog maar tien films gemaakt met een Nederlands-Indisch onderwerp: vijf voor de oorlog en vijf na. Boeken verschijnen er wel af en toe, maar vaak worden die alleen door de Nederlands-Indische gemeenschap gelezen. De bestseller De Tolk van Java van een van de drie B’s, Alfred Birney (Baay, Birney en Bloem), vormt hier gelukkig een uitzondering op. Ook mag een Vlaming zijn versie maken van het klassieke boek van Louis Couperus: De Stille Kracht. En mogen Nederlanders al niets meer af weten van het voormalige Nederlands-Indië, Vlamingen blijken er helemaal niets van af te weten.

Terug naar Ricci en zijn idee. In de Indische Herenclub, waar wij beiden lid van zijn, werd dit idee meerdere malen besproken en veel leden hebben daarbij input geleverd. Na verloop van tijd heb ik Ricci beloofd hem te helpen. Hij wilde het blad de PINDA* noemen, naar een idee van Roland Hooft (de oom van blogster Lara Nuberg). Natuurlijk zijn velen, onder wie ik, ervoor uitgescholden - en met al het respect voor die pijn, is de naam hier bedoeld als geuzennaam. Er staat niet voor niets een bintang (ster) achter.

Gezien de gekozen naam lag het voor de hand contact te zoeken met LINDA.-hoofdredacteur Jildou van der Bijl. Ze vond het idee prachtig, maar niet passen bij hun uitgeverij. En toen begon de lange moeilijke tocht om de financiering te vinden, met een team aan mensen die hier allemaal onbezoldigd aan mee wilden werken. En daar hoorden ook de bestuursleden Boen Tan en Martijn Jacobus van de inmiddels opgerichte Stichting Indomedia bij.

Schrijvers die al jaren geleden waren benaderd door Ricci, moesten warm worden gehouden. Eindredacteur en uitgever namens de Stichting Simone Jacobus wist Remco Tonino, een niet-Indische vormgever, zover te krijgen dat hij gratis een dummy heeft ontworpen. Ricci had aanvankelijk zo’n 40 artikelen voor ogen. Alle fondsen wezen vervolgens alle aanvragen af, adverteerders toonden geen interesse en uitgeverijen haakten af omdat ze onzeker waren over de onvoorspelbaarheid van het eindproduct. Wel kregen we steun toegezegd van beoogde adverteerders Koningsvogel en Go-Tan.

Een idee om alle bezoekers van de Tong Tong Fair een exemplaar aan te bieden voor één euro extra bovenop de entreeprijs kon niet de goedkeuring wegdragen van hun directie. Daar zaten we dan, na er toch al meer dan drie jaar mee bezig te zijn. Emoties lopen op en sommige mensen trekken het niet meer na er zoveel tijd onbezoldigd ingestoken te hebben. Crowdfunding werd overwogen, maar kwam er uiteindelijk niet van. Ook het idee om de medewerkers mee te laten investeren sneuvelde. Het zag er niet rooskleurig uit, maar we bleven hopen. En de kansen leken te keren toen er een mogelijkheid bij VWS ontstond om subsidie aan te vragen. Dit zou echter niet voldoende zijn, dus moest naast de al geworven advertenties, er nog extra adverteerders worden gevonden, evenals een uitgever voor de rest van het geld. Gelukkig lukte dit. Het was weliswaar een boekenuitgever, maar daar waren we heel tevreden mee. Het was immers best een risico.

Na lang wachten kwam het goede nieuws vanuit VWS: de aanvraag was goedgekeurd. Eindelijk kon er begonnen worden aan de PINDA*. Lange en moeilijke redactievergaderingen volgden. Veertien van de oorspronkelijk bedachte veertig artikelen bleken niet haalbaar, ook omdat een aantal Indo’s het te druk hadden, en andere artikelen werden ingekort. Twee redactieleden, beiden van de Moesson, haakten mede daarom af. Discussies met het Stichtingsbestuur volgden. Uitgever namens de Stichting/eindredacteur Simone Jacobus en hoofdredacteur Ricci Scheldwacht kwamen er samen met het Stichtingsbestuur uit om voor meer diversiteit te kiezen en daarom vijfenveertig artikelen te maken in plaats van veertig. Journalist en schrijver Dido Michielsen kwam bij de redactie en de eerder genoemde vormgever Remco Tonino draaide veel onbetaalde overuren. Simone en Ricci besloten om de Nederlands-Indische perikelen niet te mijden, meer geschiedenis en cultuur toe te voegen en ook opiniërende stukken te plaatsen, waarbij deze best af en toe een tikkeltje controversieel mochten zijn. Een volwassen blad voor een volwassen gemeenschap, was de gedachte.

Nadat we bijna klaar waren om het blad te laten drukken, trok de oorspronkelijke externe uitgever de stekker eruit. Waarom een glossy, waarom niet een boek in een veel kleinere oplage? Snel benaderden we de uitgeverij die het idee ooit goed vond, maar niet zeker was over de executie. Vol spanning stuurden wij enkele pagina’s op die al klaar waren. Hans van Brussel van MIMM-uitgeverij was zeer enthousiast over hoe het eruit zag, de diversiteit en keuze van artikelen. Al zijn vroegere zorgen waren verdwenen en hij wilde graag de plaats innemen van de andere drukkerij. Daarnaast wist hij ook steun te verkrijgen van de Indo’s Eric de Groot van ONS-tv en Fred Boot (in mijn ogen een Indo, wat zijn DNA ook zegt) van Soldaat van Oranje. Zonder Hans waren we bijna in het zicht van de finish gezonken.

Nu begon de eindsprint, met als eerste halte de hierboven genoemde goed verlopen presentatie op 18 september. Lovende recensies volgden: “Het is vooral die hier en daar provocerende toon die PINDA* de moeite waard maakt, in combinatie met de grote verscheidenheid aan onderwerpen en de aantrekkelijke vormgeving en fotografie”, aldus de Volkskrant. Ook zijn de eerste verkoopcijfers bekend. Al in het eerste weekend was de PINDA* uitverkocht op veel verkooppunten in Amsterdam en Den Haag. Ook in de rest van het land komen zeer positieve berichten.

Achteraf zouden mensen kunnen stellen dat met zo’n grote groep aan Nederlanders met een Nederlands-Indische achtergrond, zoveel mensen die elk jaar op vakantie gaan naar Indonesië en zoveel mensen die ervan houden om Indisch te eten, het uitbrengen van een dergelijk blad een no brainer zou zijn, maar ondanks het goede tijdstip (70 jaar na soevereiniteitsoverdracht) bleek dat in de praktijk niet het geval. Ook al niet geholpen doordat er in de overheidscampagne 75 jaar Vrijheid geen rekening wordt gehouden met Neerlands grootste minderheidsgroep. Hopelijk brengt de PINDA* daar nu verandering in. Binnenkort zal de Stichting Indomedia gaan nadenken over het vervolg op de PINDA*. Wellicht hoort hier ook een aanvraag als Nederlands-Indische C-omroep bij. In ieder geval is er nu besloten tot een extra herdruk, zodat de uiteindelijke oplage op 50.000 uit zal komen.

---

San Fu Maltha geldt in Nederland als een van de grootste filmproducenten, die zowel bioscoopfilms, arthousefilms, televisieseries als documentaires produceert.

www.fuworks.nl

 

Lees ook:

30-05-2017 | [Column] San Fu Maltha: Cannes, de geur van film
16-02-2017 | [Column] San Fu Maltha: Berlijn

 

Volg het Nederlands MediaNetwerk op Twitter

Volg het Nederlands MediaNetwerk op Facebook

Word lid van de Nederlands MediaNetwerk Groep op LinkedIn

Vacatures in media- en marketingcommunicatie