Het Coronavirus en de consequenties voor overeenkomsten
20-03-2020 13:56:00 | Door: Bas Vlugt | hits: 4284 | Tags:

Bron: Le Poole & Bekema

Op dit moment trekt het Coronavirus de hele wereld over. Het Coronavirus heeft niet alleen ernstige implicaties voor de volksgezondheid, het ontregelt ook in grote mate de samenleving en de (wereldwijde) economie. Omdat de Coronapandemie ook voor Nederland ernstige economische gevolgen heeft, speelt bij veel ondernemingen onrust en onzekerheid. Een belangrijke vraag die bij ondernemers speelt is: wat zijn de consequenties van het Coronavirus en de getroffen overheidsmaatregelen voor mijn overeenkomsten en de nakoming daarvan? In deze blog bespreken wij de mogelijkheden om uw overeenkomsten op te zeggen, te wijzigen of te ontbinden en de vraag of u aansprakelijk bent voor het niet nakomen van uw contractuele verplichtingen als gevolg van het Coronavirus en/of getroffen overheidsmaatregelen.

Nakoming van overeenkomsten

Op basis van het burgerlijk wetboek (“BW”) is iedereen in beginsel verplicht om verplichtingen uit een overeenkomst na te komen. Wanneer iemand zijn afspraken niet nakomt heeft zijn wederpartij de mogelijkheid om de overeenkomst (gedeeltelijk) te ontbinden, zijn prestaties op te schorten, schadevergoeding te vorderen en in sommige gevallen de overeenkomst op te zeggen. Dit is echter een hoofdregel die geldt voor gevallen waarin een onderneming daadwerkelijk in staat is om zijn verplichtingen na te komen. Als gevolg van het Coronavirus kan het zijn dat ondernemingen feitelijk niet in staat zijn om hun verplichtingen na te komen, bijvoorbeeld omdat leveranciers benodigde producten niet kunnen leveren of het niet mogelijk is om het transport te regelen. In zulke gevallen kan mogelijk een beroep worden gedaan op overmacht.

Overmacht (force majeur)

Er is sprake van overmacht wanneer zich een gebeurtenis voordoet die ervoor zorgt dat het voor een tekortschietende partij niet mogelijk is om zijn contractuele verplichtingen na te komen en deze gebeurtenis niet door hem veroorzaakt wordt. Overmacht is geregeld in artikel 6:75 BW. De wettelijke regeling is van regelend recht. Partijen kunnen zelf een contractuele regeling treffen ter zake van overmacht. Veel commerciële overeenkomsten en/of algemene voorwaarden kennen een eigen overmachtsregeling. Is dat het geval, dan is deze eigen regeling over overmacht in beginsel leidend tussen partijen. Het is daarom van belang om te inventariseren of in overeenkomsten (of de toepasselijke algemene voorwaarden) afspraken zijn gemaakt over het begrip overmacht (force majeur in Engelstalige contracten).

Contractuele afspraken over overmacht

Indien een overeenkomst een bepaling bevat over overmacht zal beoordeeld moeten worden of de huidige Coronaproblematiek onder de contractuele omschrijving valt. Overeenkomsten zullen doorgaans een algemene omschrijving bevatten van het begrip overmacht. Het is dan hoofdzakelijk een kwestie van uitleggen van de contractsbepaling. Bevat een overeenkomst een overmachtsregeling, dan zal vervolgens vastgesteld moeten worden welke gevolgen de overeenkomst daaraan verbindt. Zo kan contractueel geregeld zijn dat in geval van overmacht de nakoming van verplichtingen kan worden opgeschort, de aansprakelijkheid voor niet-nakoming beperkt/uitgesloten is of de overeenkomst kan worden opgezegd/ontbonden. Partijen kunnen ook zijn overeengekomen dat het niet is toegestaan een beroep op overmacht te doen. In dat geval geldt de wettelijke hoofdregel dat contactuele verplichtingen moeten worden nagekomen. Onze advocaten kunnen u vanzelfsprekend adviseren over de uitleg van en de gevolgen van overmacht voor uw overeenkomsten.

Geen contractuele afspraken over overmacht

Indien u geen contractuele afspraken hebt gemaakt over overmacht, dan kan worden teruggevallen op het BW. In artikel 6:75 BW is bepaald dat sprake is van overmacht wanneer een tekortkoming in de nakoming van een contractuele verplichting niet te wijten is aan de schuld van de tekortschietende partij en niet voor diens risico behoort te blijven op basis van de wet, een overeenkomst of de verkeersopvattingen. Een tekortkoming is slechts te wijten aan de schuld van de tekortschietende partij wanneer hij de tekortkoming redelijkerwijs had kunnen voorkomen. Het is dan ook mogelijk om een geslaagd beroep te doen op de wettelijke regeling van overmacht indien u kunt aantonen dat (i) het Coronavirus, de overheidsmaatregelen of de gevolgen daarvan de nakoming van uw verplichtingen onmogelijk heeft gemaakt, (ii) deze onmogelijkheid niet aan u kan worden toegerekend en (iii) de gevolgen van de niet-nakoming niet op een andere manier kunnen worden voorkomen of verholpen. Het zal afhangen van de specifieke omstandigheden of een beroep op overmacht slaagt of niet. In het algemeen wordt financieel onvermogen gezien als een omstandigheid die binnen de risicosfeer valt van de schuldenaar. Financieel onvermogen rechtvaardigt dan ook geen beroep op overmacht.

Nieuwe overeenkomsten

Bij het aangaan van nieuwe overeenkomsten dient een onderneming zich te vergewissen of reeds afgekondigde overheidsmaatregelen en eventueel te verwachten overheidsmaatregelen (bijvoorbeeld een volledige lockdown) problemen kunnen opleveren voor de nakoming van verbintenissen. Indien voorzienbaar is dat een verbintenis niet kan worden nagekomen, staat dat in de weg op een geslaagd beroep op de wettelijke overmachtsregeling. In een nieuw te sluiten overeenkomst kunnen partijen vanzelfsprekend wel met een eigen regeling anticiperen op eventuele problemen in de nakoming van verbintenissen.

Gevolgen geslaagd beroep op overmacht: nakoming, schadevergoeding & ontbinding?

Voor zover geen afwijkende afspraken zijn gemaakt in een overeenkomst is het gevolg van een geslaagd beroep op overmacht dat u niet verplicht kan worden uw verbintenissen na te komen. Ook bestaat er geen aansprakelijkheid voor de schade die is ontstaan als gevolg van het niet nakomen van contractuele verbintenissen (6:74/75 BW). Er hoeft geen schade te worden vergoed wanneer de tekortkoming niet uw schuld is en niet op basis van de wet, een contract of maatschappelijke opvattingen voor uw rekening komt. In beginsel blijft het echter mogelijk dat de wederpartij van de tekortschietende partij een overeenkomst opzegt op basis van een contractuele grond of de overeenkomst ontbindt (6:265 BW). Voor ontbinding is namelijk enkel een tekortkoming noodzakelijk en geldt het overmachtsleerstuk niet. Wel kan het zijn dat de ontbinding niet gerechtvaardigd is, gelet op de bijzondere aard of de geringe betekenis van de tekortkoming, waardoor ontbinding alsnog onmogelijk is (vgl. 6:265 BW). Over de vraag wanneer de ‘bijzondere aard’ van een tekortkoming ervoor zorgt dat een ontbinding niet gerechtvaardigd is, is tot op heden weinig aandacht besteed. De Hoge Raad heeft wel in 2018 geoordeeld dat deze uitzondering niet slechts in ‘zeldzame gevallen’ van toepassing is en dat slechts een ‘tekortkoming van voldoende gewicht’ recht geeft op ontbinding van de overeenkomst (HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810 (Eigen Haard)). Een schuldenaar kan zich verzetten tegen de ontbinding van een overeenkomst, als de ontbinding en de gevolgen daarvan niet worden gerechtvaardigd. Onder omstandigheden kunnen de gevolgen van het Coronavirus en uitgevaardigde overheidsmaatregelen de rechtvaardiging ontnemen om een overeenkomst geslaagd te ontbinden. Ook hier geldt dat de beoordeling afhankelijk is van de omstandigheden van het geval.

Ontbinding of wijziging als gevolg van onvoorziene omstandigheden

Indien geen geslaagd beroep kan worden gedaan op overmacht bestaat nog de mogelijkheid om de rechtbank te vragen het bepaalde in de overeenkomst te wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk te ontbinden op grond van het feit dat sprake is van onvoorziene omstandigheden die ervoor zorgen dat het niet redelijk is om te verwachten dat de overeenkomst ongewijzigd in stand wordt gehouden (artikel 6:258 BW). Of hierop een beroep kan worden gedaan moet per geval beoordeeld worden. Uit de rechtspraak volgt dat deze rechterlijke bevoegdheid erg terughoudend wordt toegepast, aangezien trouw aan het gegeven woord het uitgangspunt is. Ten tijde van de economische crisis van 2008/2009 hebben veel rechters geoordeeld dat er geen reden bestond om een overeenkomst te wijzigen of ontbinden op grond van artikel 6:258 BW, omdat de economische crisis onder het ondernemersrisico valt. Dit is mogelijk anders bij de huidige Coronacrisis en de getroffen overheidsmaatregelen, aangezien deze omstandigheden niet als ‘ondernemersrisico’ verdisconteerd zijn in een overeenkomst.

www.lepoolebekema.com

Volg het Nederlands MediaNetwerk op Twitter

Volg het Nederlands MediaNetwerk op Facebook

Word lid van de Nederlands MediaNetwerk Groep op LinkedIn

Vacatures in media- en marketingcommunicatie